Drie onmogelijke jaren


Anne appt mij, “heb jij het nummer van Martijn?” Ik app terug. “Nee, maar Tom misschien wel, ik kijk even in zijn telefoon.” Tom is mijn vriend. Ik loop zachtjes naar boven waar hij slaapt na zijn nachtdienst en pak zijn telefoon. Ineens zie ik een sms’je  van een onbekende vrouw. Ik lees het en ineens is alles anders. De grond zakt onder mijn voeten weg… Boos maak ik hem wakker. “Wat flik je me nou, wie is dit en waarom stuurt zij jou dit?” Hij ontkent. Heeft geen idee en weet niet hoe het in zijn telefoon komt. Maar ik geloof hem niet want ik heb al langer het gevoel dat er iets niet klopt. Ik kon mijn vinger er nooit op leggen, maar nu ineens wel. Dit sms’je bevestigt wat ik eigenlijk al weet en wordt het begin van ons einde. Ik bel overstuur mijn hartsvriendin Anne en vertel wat er gebeurd is. We zijn al jaren bevriend en weten alles van elkaar. Ik voel me ziek, boos en verdrietig tegelijk. En ik voel ongeloof. Dit overkomt mij toch niet?? Oké, Tom en ik hebben nooit een toprelatie gehad, maar vreemdgaan…. nee. Dat had ik nooit van hem verwacht. Anne geeft mij advies. “Check zijn mail, zijn telefoon, alles! En verander wachtwoorden. Je moet weten hoelang dit al duurt, houd me op de hoogte.” En dat doe ik.

Van leugens naar ruzies

De nare gedachten laten mij niet los, maar het gewone leven gaat ook door. Alsof er niets gebeurd is. Mijn zoontje van net 1 jaar wordt wakker en ik geef hem eten. We gaan even wat leuks doen. Papa is ook net wakker dus lekker knuffelen. Voor ons kind doen we alsof er niets aan de hand is, maar ik kan Tom wel vernielen. Ondertussen zoek ik verder en ontdek wat hij werkelijk deed als hij zei dat hij moest overwerken. Hij liet het niet bij één vrouw want ik vind telefoonrekeningen van honderden euro’s. Verschillende nummers op de meest vreemde tijden. Maar Tom blijft ontkennen. En belooft regelmatig dat hij het niet meer zal doen. Op die momenten geloof ik hem. Gewoon omdat ik zo graag wíl geloven dat hij het meent. Maar steeds opnieuw merk ik dat dat niet zo is. We krijgen ruzies en die worden steeds erger. Ik deel met Anne alles wat er gebeurt. Intussen heb ik de buren ook verteld dat het niet goed gaat tussen ons. Maar dat weten ze al want de muren zijn dun.  Ze hebben onze ruzies gehoord.    

Drie onmogelijke jaren

Het is echt een onmogelijke situatie, maar toch houdt die nog drie jaar aan. Ik kan er niet meer tegen en wil dat Tom weggaat. Maar dat doet hij niet. Hij zegt doodleuk “het is ook mijn huis.” Dat maakt mij zó boos, juist omdat hij heel goed weet dat ik nergens heen kan. Ik heb geen vangnet. Ik zit muurvast en kan op niemand terugvallen. Onze ruzies worden nóg heftiger, maar Tom blijft ontkennen en dat vind ik moeilijk. Mijn verdriet is groot, naast Anne heb ik helemaal niemand bij wie ik met mijn emoties terecht kan. En dan ga ik eten. Heel veel eten. Ik eet letterlijk mijn verdriet weg en word heel erg dik. En dat niet alleen. Ik voel me zo boos en vol onmacht dat ik alles wat ik in handen krijg kapot maak. Als we eten vliegen de melkpakken over tafel, ik schop gaten in deuren en sla letterlijk door ramen heen. Zoveel pijn en verdriet, het is moeilijk uit te leggen.

Ziekenhuis

Na weer een felle ruzie ben ik zo boos dat ik dwars door een raampje sla en naar het ziekenhuis moet. Ik bel direct Anne, ze komt mij halen. Mijn zoontje kan niet mee, noodgedwongen laat ik hem thuis achter bij Tom. Op de eerste hulp durf ik niet te zeggen wat er thuis aan de hand is. Wat zullen ze wel niet denken? Ik verzin dat ik door het glas gevallen ben, klinkt ook nog best geloofwaardig vind ik. De zenuw in mijn duim blijkt doorgesneden te zijn en ik moet geopereerd worden. Ook dat nog… Ik ben erg bang voor narcose. Gelukkig kan het onder plaatselijke verdoving. Ik heb met Anne afgesproken dat zij mij na de operatie ophaalt en bel Tom om dat te vertellen. Hij is boos omdat hij mij op wil halen met ons zoontje. Hij komt naar het ziekenhuis en alles lijkt heel even ‘normaal’. Maar dat is het natuurlijk niet. Thuis wordt de situatie weer net zo erg als voor mijn operatie. Vol ruzie en geweld. We schoppen elkaar zelfs en ik zit regelmatig onder de blauwe plekken.

Toms vertrek

Na drie jaar ben ik finaal gesloopt en alles kwijt. Mijn eigenwaarde, mijn baan, mijn geld… wat moet ik nou? Ik weet het echt niet meer. En dan pakt Tom na de zoveelste ruzie eindelijk zijn spullen en vertrekt. Ik vraag direct een bijstandsuitkering aan en ga op zoek naar een ander huis. Het duurt nog een jaar voordat ik een huurwoning vind. Daarna wordt ons huis verkocht en onze volledige schuld kwijtgescholden. Ik krijg vrijstelling van mijn sollicitatieplicht totdat mijn zoontje vijf jaar is. Dat geeft mij de tijd om alles te regelen. Inmiddels ben ik jaren verder. Mijn zoon herinnert zich gelukkig niet veel en kent niet het hele verhaal. Mijn eetprobleem speelt nog steeds. Daar werk ik hard aan, maar ik vind het moeilijk. Het gaat wel beter met mij.

Het 8ste Werk

Het is voor mij een lange en moeizame weg geweest. Ik heb drie jaar in een situatie vol huiselijk geweld geleefd waaruit ik niet kon vluchten. Dat heeft zijn sporen nagelaten. Gelukkig heb ik nu fijne vrienden. Het had voor mij en mijn kind een groot verschil gemaakt als Het 8e Werk er in onze moeilijke jaren was geweest. Dan waren wij beschermd geweest tegen het geweld en hadden vanuit een rustige veilige plek de draad van ons leven weer kunnen oppakken.

%d bloggers liken dit: